De druk op de industrie om duurzaam te produceren wordt opgevoerd. In het Klimaatakkoord van Parijs is bepaald dat wereldwijd de uitstoot van CO2 in 2050 met 80 tot 95% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990. Grote industriële ondernemingen trekken alles uit de kast om hun CO2 footprint te verkleinen.

Voor Nederlandse bedrijven ligt de lat op korte termijn nog een stukje hoger. Terwijl in Europees verband is afgesproken te streven naar een CO2-reductie van 40% in 2030, zet het Nederlandse Klimaatakkoord in op een 49% lagere uitstoot. Een belangrijk deel van deze gewenste afname komt op het bord van de industrie terecht.

Innovatieve technologieën

Energie-intensieve industrieën zoals de chemie- en staalindustrie zijn op alle vlakken bezig met onderzoeken en pilots om de CO2-uitstoot terug te dringen. Er wordt gezocht naar nieuwe innovatieve technologieën om het verbruik van energie en grondstoffen te verminderen. Met deze projecten zijn, naast tijd, miljoenen en soms miljardeninvesteringen gemoeid.

Zo heeft Tata Steel in IJmuiden een pilot fabriek. Hier wordt door het gebruik van een nieuw innovatief productieproces het energiegebruik stevig gereduceerd. Daarnaast wordt een verminderde CO2-uitstoot van 50% gerealiseerd bij de productie van staal.   

De chemie is druk bezig met pilots op het gebied van CO2-opvang of CO2 als grondstof. Ook wordt gekeken naar groene waterstof en biobrandstoffen. Deze projecten staan grotendeels nog in de kinderschoenen. Het zal voor veel van deze projecten nog jaren duren voordat ze worden toegepast in de praktijk. Resultaat blijft daarom nog even uit. De branchevereniging van de chemische industrie, de VNCI, stelt dat het mogelijk is de chemie in 2050 energieneutraal te laten opereren, maar tekent hierbij aan dat hier grote investeringen mee gemoeid zijn.  

Besparingspotentieel

Verduurzaming hoeft echter niet altijd zeer complex en duur te zijn. Investeren in het besparen van energie leidt meestal direct tot lagere kosten. Binnen de industrie is er nog een groot besparingspotentieel waar vaak aan voorbij wordt gegaan. Elektromotoren, en de systemen die hierdoor worden aangedreven, zijn goed voor circa 70% van het totale industriële elektriciteitsgebruik.

Bij grote industriële ondernemingen staan vaak honderden tot soms wel duizenden elektromotoren opgesteld. Veel bedrijven weten niet hoe efficiënt of inefficiënt die motoren draaien. Hier valt nog veel energie te besparen door het toepassen van slimme sensoren op bestaande installaties en machines. Hiermee kan verspilling van energie voorkomen en niet optimaal functionerende apparatuur worden opgespoord.

Laaghangend fruit

Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft onderzoek gedaan naar de energie-efficiëntie van elektromotoren en de systemen die hierdoor worden aangedreven. Volgens het onderzoekscentrum kan 20 tot 30% van de elektriciteit bespaard worden door optimalisering van elektromotoren.

Dat zijn cijfers om even bij stil te staan. Er worden miljardeninvesteringen gedaan om in de toekomst klimaatneutraal te kunnen produceren. Dat laat onverlet dat we ook moeten kijken hoe we het huidige energiegebruik nog verder kunnen optimaliseren. Slechts weinig bedrijven ondernemen actie om het elektriciteitsverbruik van elektromotoren terug te dringen. Dat is jammer want hier valt op korte termijn nog veel te winnen.

Monitoring

Alles begint met inzicht. Grote bedrijven weten vaak niet hoe efficiënt hun elektromotoren zijn. Het is met behulp van slimme sensoren, gekoppeld aan kunstmatige intelligentie, relatief eenvoudig in kaart te brengen welke systemen onnodig veel elektriciteit gebruiken. Met gericht onderhoud en het gebruik van energie-efficiënte onderdelen, is de eerste stap gezet om onnodig energieverbruik terug te dringen.  

Wilt u meer weten over de energiebesparing die goede monitoring u kan opleveren? Bekijk onze oplossing, volg ons op LinkedIn of plan een belafspraak.